|
Cephalotus
Follicularis
(Australische Bekerplant) |
![]() |
| Herkomst Op enkele plaatsen langs de zuidwestkust van Australië. |
| Algemeen Dit geslacht kent maar één soort. Deze facinerende plant komt voor op zandige veengronden. De plant bestaat uit een roset met twee type bladeren; de niet vleesetende loofbladen die gedurende de wintermaanden worden aangemaakt, en de bekerbladeren die gedurende de zomermaanden gemaakt worden. |
| De
Val De beker heeft de vorm van een duimloze bokshandschoen. De voorkant van de beker heeft drie behaarde verticale ribben. De bovenrand bevat ribben die aan de binnenzijde in een scherpe tanden uitlopen. Uniek aan de val is dat aan de binnenzijde een kraag zit. De binnenkant van de val heeft een wasachtig oppervlakte, waar insekten geen houvast hebben. Doordat de kraag 'overhangt' is het nog moeilijker voor een insekt, die het lukt om tegen de gladde kanten op te kruipen, om te ontsnappen. In het wild vangt de Cephalotus voornamelijk mieren. |
![]() |